Achilleshiel

Na jarenlang sluipen en fluisteren, banjert er momenteel een fanfare van opgekropt energetisch contact door mijn leven. Meestal mooi en fijn (veertjes op mijn pad, dromen waarin ik overleden dierbaren ontmoet en gidsen spreek), maar ook wel eens onrustig. Vooral bij ons thuis.

 

De lichten springen aan, onze konijnen zien scènes plaatsvinden in de woonkamer waar ze gefascineerd naar kijken, er klinken ‘s nachts voetstappen in de woon- en slaapkamer, we horen geritsel van planten, zien een steen uit het niets van tafel glijden en een deur openzwaaien. Nu denk je misschien: HORROR. Maar gek genoeg ervaren we dat niet zo. Het voelt niet bedreigend, maar van geluiden in de slaapkamer waar we ’s nachts allebei wakker van worden, klopt mijn hartslag wel in mijn keel. Zeker. Dus ik benader een energetisch schoonmaakteam.

 

Met grote ogen loopt het duo onderzoekend door ons huis, want ‘het is héél druk’. Het verbaast ons niet. Ze zoomen in op een levensverhaal van een aanwezige overledene dat verband houdt met de oorlog. Het voelt alsof ik ons huis én een vriend verraad door deze schoonmaakactie in gang te zetten. De onrust in ons huis tiert dan ook welig na het bezoek van de reinigers. Voor het eerst ben ik écht bang, maar ik realiseer me ook dat ik hier zelf iets mee moet. Namelijk: me afschermen. Grenzen aangeven, is mijn in het oog springende achilleshiel. Ik ben voor iedereen beschikbaar en vind dat – tot overmaat van ramp en best wel onbewust ook nog – zelf de grootste vanzelfsprekendheid. BAM. Kijk maar even goed in de spiegel.

 

Inmiddels is het rustiger. Het nachtelijke credo ‘kom maar binnen met je knecht’ is verworden tot ‘wacht maar even op de gang’. Dat helpt. Nu is het de uitdaging om die credoswitch ook in de rest van mijn leven te implementeren. En dat is voor deze sociale kameleon die eigen behoeften nog geregeld opgeeft uit schuldgevoel, best wel een dingetje.